Hoewel de bomen nog in weelderig groen zijn gehuld, beginnen de eerste herfsttekens al zichtbaar te worden. Tijdens mijn wandeling op Landgoed Den Treek vanochtend stuitte ik op enkele bijzondere zwammen en paddenstoelen, waaronder de Gele Aardappelbovist en de Platte Tonderzwam, beide veelvoorkomend in Nederland. Ik besloot er wat meer over op te zoeken.


Van de paddenstoelen kun je vast wel raden welke foto bij welke naam hoort. De Aardappelbovist noemde ik als kind (en eigenlijk tot op de dag van vandaag) ‘plofpaddestoel’. Het was altijd een spannend spelletje om erop te springen en te hopen dat er zoveel mogelijk ‘stof’ vrijkwam. Achteraf gezien droeg ik hiermee eigenlijk direct bij aan zijn voortplanting, hoewel ik dat toen nog niet wist. De schimmeldraden, die vaak onzichtbaar zijn voor ons, groeien dicht tegen boomwortels aan. In een soort natuurlijke samenwerking leven de boom en de zwam in symbiose. Hoe precies deze samenwerking eruitziet, is me nog niet helemaal duidelijk, maar ik leerde dit feitje van de website van Ron Poot, een natuurfotograaf.


De Platte Tonderzwam, daarentegen, is het hele jaar door te vinden. Hij begint zijn leven als parasiet door beschadigde wortels van verzwakte, nog levende bomen te infecteren, waarbij hij ‘witrot’ veroorzaakt. Zodra de boom is afgestorven, verandert hij in een saprofyt, wat betekent dat hij nu leeft van dode plantresten. Je komt deze zwam vaak tegen op (dode) beuken, maar hij kan ook op andere loofbomen en soms op naaldbomen voorkomen. Het bestrijden van deze zwam is niet mogelijk, zegt het internet. Interessant genoeg worden de buitenste zwammen vaak door vliegen gebruikt, die cilindrische tonnetjes voor hun larven maken van de schimmel. Een leuk weetje: vroeger werd de zwam regelmatig tot poeder gemalen en gebruikt in tondeldozen, de voorloper van de lucifer.
Ondanks deze interessante toepassingen, vind ik de ‘plofpaddestoel’ toch een stuk vriendelijker!